Press release • 19 Dec 2018

Interview

“Digitale transformatie moet vertrekken vanuit de noden van het bedrijf”

Gesprek met Pieter-Jan Deraedt, CTO bij Amista, en Geert Vanvaerenbergh, CEO bij Amista en de man achter ons olympisch bobsleeteam The Belgian Bullets.

Bronvermelding: campagne voor iedereeninnoveert.be
In samenwerking met: Mediaplanet en De Standaard
Artikel door: JORIS HENDRICKX, redactie.be@mediaplanet.com

 

Bijna 75% van de digitale transformatieprojecten faalt. Vaak heeft dat te maken met een foute insteek die zich te sterk focust op het technologische aspect. Waarom falen digitale transformatieprojecten zo vaak?

Deraedt: “Vaak worden projecten rond digitale innovatie opgestart met een innovatiebudget van het IT-departement dat wil experimenteren met bijvoorbeeld IoT, AI, big data, AR, machine learning, enz. Hierdoor wordt er dikwijls te weinig nagedacht over wat men exact wil bereiken. De insteek is eerder technologisch. Wij vinden het daarentegen belangrijk om te starten vanuit de business. Met welke problemen kampt men? Welke data kunnen interessant zijn om bepaalde uitkomsten te bereiken? Dat is dus een heel andere aanpak. We starten vanuit een focus die voor ieder bedrijf anders is, om vervolgens te kijken welke technologieën echt relevant zijn.”

Vanvaerenbergh: “De laatste drie jaar worden via allerlei buzzwoorden inderdaad tal van nieuwe technologieën opgedrongen aan bedrijven, zonder dat men zeker is wat deze voor die bedrijven kunnen betekenen. Hippe technologieën hebben pas zin wanneer ze ook echt nodig zijn en een meerwaarde kunnen betekenen voor de core business van het bedrijf. Prototypes kunnen uiteraard wel interessant zijn om de business inspiratie te geven.”

 

Is dat dan de enige manier om te inspireren?

Deraedt: “Sommige bedrijven richten een innovatieplatform op waar alle medewerkers ideeën kunnen posten. Zo komen deze echt vanuit de businessdivisies. Nadien wordt het platform dan ter beschikking gesteld van het IT-departement of technologische partners. Zo kunnen zij zien welke noden er zijn en welke technologieën eventueel kunnen worden aangewend om aan deze noden te beantwoorden. De proof of concept wordt dan gekoppeld aan een exacte nood binnen het bedrijf.”

 

Hoe pakt men dat het best aan?

Vanvaerenbergh: "Big bangs hebben nu zeker geen zin. We raden altijd een gefaseerde aanpak aan. Daarbij starten we met een design thinking-workshop, waarin alle nodige stakeholders worden betrokken, ook de technici. Zo zijn zij meteen op de hoogte van de problematieken aan de businesskant. Tijdens de workshop ontleden we de bestaande problemen, om vervolgens in samenspraak een concrete oplossing uit te tekenen.”

“Daarna bouwen we aan de hand van de gedefinieerde technologieën een proof of concept. Dat doen we via short cuts die tot snelle resultaten leiden. Achteraf evalueren we dan de ROI van deze proof of concept. Is die positief, dan kan de oplossing verder worden uitgerold.”